Bahia en duurzaam toerisme

Vandaag 20 november is "Zwarte Bewustzijnsdag" in São Paulo, een feestdag om de bijdragen van de zwarte gemeenschap aan Brazilie te gedenken en vieren. Het perfecte moment om eem blogpost te schrijven over onze vakantie in Bahia, de meest zwarte staat van het land.

De hoofdstad van Bahia is Salvador en ligt op ongeveer 2,5u vliegen van São Paulo. Het was de eerste hoofdstad van het land (voor Rio de Janeiro en Brasilia) en was bijzonder welvarend van de 16de tot de 18de eeuw door de productie van suikerriet, tabak en cacao. Voor al die productie waren werkkrachten nodig en die kwamen vooral uit Afrika. De meerderheid van de 3,6 miljoen slaven die naar Brazilie gebracht werden, kwamen in Salvador en omstreken terecht. Bij de ontdekking van het goud en de koffie verder naar het zuiden van het land (denk aan het bezoek van Pieter en Nina) verschoof de politieke en economische macht naar Rio en daar is Bahia nooit echt bovenop gekomen.

De ongelijkheid die je in São Paulo op straat ziet, vind je immers ook terug op grotere schaal tussen de verschillende staten. Qua welvaart (uitgedrukt in Bruto Binnenlands Product per persoon) zat Brazilie in 2016 aan ongeveer 8.500 euro. De rijkste staat zit echter aan 20.500, de armste aan 3.100 en Bahia aan 4.400. Ook ter vergelijking, Belgie zit boven de 40.000. En die ongelijkheid binnen  het land blijft groeien, hoewel de overheid en de Bahianen hun best doen om economische activiteit te genereren in hun staat.

Een van de activiteiten waarop wordt ingezet is toerisme. De plek leent zich ertoe: heel vaak heerlijk warm weer, een enorme kustlijn met prachtige stranden en even mooie fauna (walvissen passeren er, zeeschildpadden leggen er hun eieren) en een interessante geschiedenis met verschillende culturele invloeden. Wij hebben de meeste tijd van onze 16daagse reis doorgebracht in deze context, en er wordt stevig geinvesteerd om de infrastructuur nog te verbeteren en vergroten.

Naast het clichébeeld van wuivende palmbomen heeft Bahia echter ook een nationaal park te bieden in het binnenland, de Chapada Diamantina. Voorheen werden er diamanten en ander mineralen gewonnen, maar sinds 1985 is het een enorm nationaal park (1,5x Luxemburg). We trokken er 4 dagen heen, waarvan 3 met een lokale gids, Ezechiel. We maakten op deze manier kennis met prachtige natuur, maar ook met de manier waarop toerisme groeit in de streek. We verbleven 2 nachten in een boerderij die op enkele decennia is omgebouwd tot 'herberg.' Waar de eigenaars vroeger met enorm veel moeite wat koffie verbouwden om die dan per ezel naar de markt te brengen, verdienen ze nu goed hun boterham door trekkers van onderdak en een maaltijd te voorzien. De koffieplantage is teruggegeven aan het bos, en de dochters lopen glimlachend rond met een beugel, iets wat voorheen ondenkbaar was. Ezechiel vertelde ons dat al zijn broers in het toerisme werken.

Op zo'n manier is er zeker kans voor Bahia om meer welvaart te creeren, zonder dat dat per se ten koste moet gaan van het milieu (wat overigens wel het geval is met de revival van de suikerrietplantages om bioethanol te maken als brandstof voor auto's). Al is het belangrijk dat de lokale bevolking gesteund wordt: lokale gidsen zoals Ezechiel kennen het park als hun broekzak, maar zijn niet opgeleid om gids te zijn. Ze spreken portugees met een zwaar accent en wijzen enkel de weg. Chloé en ik hebben vaak afgunstig gekeken naar toeristen met gidsen die minder afwisten van de streek maar wel op een veel fijnere en actievere manier begeleidden. Hopelijk kan Ezechiel leren van die gidsen om mee te kunnen profiteren van de groeiende toeristenaantallen in zijn regio.

We hebben een fantastische vakantie beleefd en opnieuw andere facetten gezien van een fascinerend land (of verzameling van landen). Binnen 10 dagen zijn we 1 jaar in het land een dan zal Chloé nog eens een blogpost schrijven, en die zal hopelijk wat minder droog zijn dan deze!







Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Coronatijden

paarden en lessen